De verborgen uitsluiting van mensen met een beperking

Door Thibault Krommenhoek van de Belangenvereniging voor Kleine Mensen en Jopie Louwe Kooijmans.

Stel je voor dat er een museum is zonder informatie in braille of omschrijvingen van wat er te zien is (audiodescriptie). De medewerkers zien namelijk nooit blinde bezoekers in het museum.
Daarom denken ze dat het niet nodig is.
Maar juist doordat er geen goede voorzieningen zijn, komen blinde mensen niet.
Zo denken de medewerkers dat er geen aanpassingen nodig zijn, terwijl ze eigenlijk mensen uitsluiten.
Deze manier van denken heet toegankelijkheidsontkenning.  

Toegankelijkheidsontkenning betekent dat mensen denken dat ze geen aanpassingen hoeven te maken, omdat ze ergens geen mensen met een beperking zien.  

Maar er zijn geen mensen met een beperking, omdat de plek niet toegankelijk is.
Als een plek niet toegankelijk is, kunnen mensen met een beperking er niet komen.
En als ze er niet zijn, wordt gedacht dat de plek niet toegankelijk hoeft te zijn.
Dat is een grote denkfout. 
Het zorgt ervoor dat mensen met een beperking worden buitengesloten. 

De cyclus van toegankelijkheidsontkenning

Als een gebouw, straat of dienst niet toegankelijk is, blijven mensen met een beperking weg.
Zo ontstaat er een soort cirkel waar je moeilijk uit komt: 

Een schematische weergave van de cyclus van toegankelijkheidsontkenning. Het is een cirkel die bestaat uit vier pijlen op een witte achtergrond. Tussen de vier pijlen staan met de klok mee deze teksten: 1. Er zijn geen mensen met een beperking. 2. Toegankelijkheid is niet nodig. 3. De plek is ontoegankelijk. 4. Mensen met een beperking kunnen niet komen.

Voorbeelden van toegankelijkheidsontkenning:

  • Een café met een hoge drempel voor de ingang wordt nooit bezocht door mensen met een rolstoel.
    Dat komt omdat ze door de hoge drempel niet naar binnen kunnen. 
  • Gemeenten zorgen niet voor toegankelijke bushaltes omdat er geen klachten komen.
    Maar waarschijnlijk gaan mensen met een beperking niet met de bus, omdat de bushaltes niet toegankelijk zijn. 
  • Winkels of hotels zeggen dat er weinig vraag is naar aanpassingen.
    Maar mensen met een handicap blijven weg omdat deze bedrijven geen onderzoek gedaan hebben hoe ze deze klanten kunnen trekken. 
  • De gemeente stuurt een vragenlijst over hoe de gemeente beter kan worden.
    Maar de vragenlijst is te ingewikkeld.
    Daarom vullen mensen met een verstandelijke beperking de vragenlijst niet in.
    En daarom weet de gemeente niet dat ze hun teksten in begrijpelijke taal moeten schrijven. 

De gevolgen van toegankelijkheidsontkenning

Toegankelijkheidsontkenning heeft grote invloed op het leven van veel mensen. 

  • Uitsluiting: Mensen met een beperking kunnen niet meedoen aan activiteiten, reizen, winkelen of werken op bepaalde plekken. 
  • Ontoegankelijkheid blijft bestaan: Omdat mensen met een beperking ergens niet kunnen komen is het niet duidelijk dat het niet toegankelijk is. En dan worden er geen aanpassingen gemaakt. 
  • Versterking van stigma’s: Door te zeggen dat toegankelijkheid niet nodig is, lijkt het alsof mensen met een handicap niet welkom zijn. 

Waarom toegankelijkheid altijd nodig is

Belangenorganisaties en mensen met een beperking zeggen duidelijk: toegankelijkheid moet er zijn vóórdat mensen komen, niet pas als ze er al zijn.  

Nederland heeft het VN-Verdrag Handicap ondertekend in 2016.
In het VN-verdrag Handicap staat dat we onze samenleving toegankelijk moeten maken voor iedereen.  

Toegankelijkheid is een basisrecht.
Het is een voorwaarde om mee te kunnen doen met de samenleving. 

Toegankelijkheid is niet iets extra’s voor “als het nodig is”. Het moet er al zijn.
Iedereen zou op een gelijke manier moeten kunnen meedoen.  

Ontoegankelijkheid is niet alleen oneerlijk, het is ook discriminatie.
Als een plek ontoegankelijk is, dan sluit je mensen buiten. 

Wat kunnen we doen tegen toegankelijkheidsontkenning?

Zie je ergens geen mensen met een handicap?
Vraag je dan af waarom.
Is het echt omdat ze er nooit komen, of komen ze er niet omdat ze er niet naartoe kunnen? 

Organisaties, de overheid en gemeenten moeten luisteren naar mensen met een beperking.
Ze moeten vragen wat zij nodig hebben, ervaringen verzamelen en zorgen voor aanpassingen.  

In het VN-verdrag Handicap staat dat je gebouwen en de openbare ruimte het beste toegankelijk maakt met een aanpak die universeel ontwerp heet. 

Universeel ontwerp betekent dat je iets maakt dat voor iedereen werkt.
Bijvoorbeeld: een gebouw met automatische deuren en brede gangen.
Dan kan iedereen makkelijk naar binnen, ook mensen met een rolstoel, een kinderwagen of met krukken.
Je hoeft dan niks extra’s aan te passen.
Als we zo bouwen of ontwerpen, sluit je niemand uit.
Dan is toegankelijkheid normaal, en denken mensen er niet meer over na.  

Zo voorkom je dat mensen zeggen: “Er zijn hier geen mensen met een beperking, dus we hoeven niets te veranderen.”
Iedereen hoort erbij vanaf het begin. 

Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen.