5 vragen en antwoorden over het VN-verdrag Handicap

1. Hoe is het VN-verdrag Handicap ontstaan? 

Het VN-verdrag Handicap is in 2006 gemaakt door de Verenigde Naties. Mensen met een beperking hebben zelf meegedacht bij het maken van het verdrag. Het verdrag moet de rechten van mensen met een beperking beter beschermen. Ook mensen die psychisch kwetsbaar zijn of chronisch ziek vallen onder het verdrag. 

Nederland heeft het verdrag in 2016 goedgekeurd, als een van de laatste landen.  
In totaal hebben 186 landen het verdrag goedgekeurd.  

Keurt een land het verdrag goed? Dan moet het land zorgen dat de wetten en regels in dat land passen bij de afspraken in het verdrag. In Nederland gebeurt dat al, maar het kan beter.  

2. Waarom is het VN-verdrag Handicap belangrijk? 

Het verdrag is belangrijk omdat mensen met een beperking vaak ongelijk behandeld worden. Ze krijgen niet altijd dezelfde kansen als mensen zonder beperking of chronische ziekte. Het VN-verdrag helpt om dat te veranderen. 

Er staan geen nieuwe mensenrechten in het verdrag. Het gaat om rechten die al bestaan. Alleen worden die rechten speciaal toegepast op mensen met een beperking.  

Net als bij verdragen voor kinderen en vrouwen zorgt dit verdrag ervoor dat de rechten van mensen met een handicap beter worden beschermd. 

3. Wat is het doel van het VN-verdrag Handicap? 

Het doel is dat mensen met een beperking dezelfde rechten en vrijheden hebben als anderen. Ze moeten met respect behandeld worden en helemaal mee kunnen doen in de samenleving. 

De samenleving moet daarom open en toegankelijk zijn voor iedereen. In het verdrag staat ook wat overheden moeten doen om dit mogelijk te maken. Bijvoorbeeld het veranderen van wetten, het aanpassen van gebouwen of het toegankelijker maken van vervoer en informatie. 

4. Wat kun je als persoon met beperking met het VN-verdrag Handicap? 

Het verdrag geeft mensen met een beperking recht op gelijke behandeling. Daarom zijn er in Nederland een aantal wetten aangenomen die daarbij helpen. Een van die wetten is de Wet gelijke behandeling.
Die geldt voor werk en school, maar ook voor winkels, horeca, musea, theaters en verzekeraars. Word je ongelijk behandeld? Dan kun je vragen om een passende oplossing. Dat heet een “doeltreffende voorziening”.
De organisatie moet die geven, tenzij het te duur of te moeilijk is. 

Kom je er samen niet uit?
Dan kun je een klacht indienen bij een antidiscriminatiebureau of bij het College voor de Rechten van de Mens. Dat is gratis en je hebt geen advocaat nodig. Het College onderzoekt je klacht en geeft een oordeel. Als de klacht blijft bestaan, kun je met het oordeel naar de rechter. 

Je kunt het verdrag nog niet direct gebruiken om naar de Nederlandse rechter te gaan. Nederland heeft het extra deel van het verdrag, het facultatief protocol, nog niet goedgekeurd. Als dat gebeurt, kun je wel meteen met het verdrag naar de rechter stappen. 

Ook belangrijk: 

  • Assistentiehonden mogen niet zomaar geweigerd worden.  
    Gebeurt dat wel? Dan kun je ook een klacht indienen bij het College voor de Rechten van de Mens. 
  • Sinds juli 2021 is Nederlandse Gebarentaal een officiële taal.  
    Daardoor krijgen dove en slechthorende mensen betere toegang tot informatie.
    Bijvoorbeeld bij noodsituaties of in de rechtszaal. 

5. Wat moeten de overheid en gemeenten doen van het VN-verdrag Handicap? 

De overheid moet zorgen dat Nederland toegankelijk en inclusief wordt. Mensen met een beperking moeten dezelfde kansen krijgen als anderen. Daarom is er een nationale strategie met plannen en acties. 

Daarin staat onder andere: 

  • Nederland moet in 2040 volledig toegankelijk zijn. 
  • Mensen met een beperking moeten zelf keuzes kunnen maken over hun leven en waar ze willen wonen. 
  • Gebouwen, vervoer en informatie moeten voor iedereen toegankelijk zijn. 
  • De overheid werkt samen met mensen met een beperking en hun organisaties. 

Ook gemeenten hebben verplichtingen: 

  • Ze moeten een Lokale Inclusie Agenda (LIA) maken.  
    Dat is een plan waarin staat hoe de gemeente het VN-verdrag Handicap uitvoert. 
  • Ze moeten de LIA samen maken met inwoners, ervaringsdeskundigen en organisaties. 
  • Gemeenten hoeven de LIA niet op een vaste datum af te hebben, maar ze moeten er wel mee beginnen.  

Ondanks alle plannen kunnen mensen met een beperking nog steeds niet helemaal meedoen in de samenleving. Bijvoorbeeld op het gebied van werk, inkomen en wonen.  

Belangenorganisaties en het College voor de Rechten van de Mens zeggen dat er nog veel moet gebeuren om echte gelijkheid te bereiken. 

Meer weten over het VN-verdrag Handicap? Of is jouw vraag niet beantwoord? Kijk ook even bij onze pagina met vragen en antwoorden.