Zo ontwerp je een gebouw, product of dienst voor iedereen: de 7 principes van universeel ontwerp 

Een lachende witte vrouw in een rolstoel en een Oost-Aziatische begeleider gaan samen door een metropoortje als voorbeeld van universeel ontwerp

Door Jopie Louwe Kooijmans

Universeel ontwerp betekent dat je iets zo maakt dat iedereen het kan gebruiken. Je hoeft dan niets aan te passen. Denk bijvoorbeeld aan een gebouw zonder drempels, met automatische deuren en brede gangen. Dan kan iedereen makkelijk naar binnen. Ook mensen met een rolstoel, kinderwagen of krukken. 

Universeel ontwerp zorgt ervoor dat gebouwen, producten en diensten voor iedereen toegankelijk zijn. Het maakt niet uit hoe oud je bent, hoe je lichaam eruitziet of dat je een beperking hebt. Het is geen extraatje, maar een basisregel voor goed ontwerp. 

De naam universeel ontwerp (‘universal design’) is bedacht door architect Ronald Mace in de jaren 80. Later bedacht Ronald Mace 7 principes voor universeel ontwerp. Dit deed hij samen met een groep ontwerpers, architecten en wetenschappers. 

Deze 7 principes helpen ontwerpers om producten, gebouwen en diensten te maken die zo veel mogelijk mensen kunnen gebruiken. 

De 7 principes van universeel ontwerp

1. Gelijkwaardig

Iedereen moet het kunnen gebruiken, op dezelfde manier of op een gelijkwaardige manier. 

  • Geef iedereen dezelfde mogelijkheden. 
  • Zorg dat mensen zich niet buitengesloten voelen. 
  • Zorg dat privacy en veiligheid voor iedereen gelijk zijn. 
  • Maak het ontwerp aantrekkelijk voor iedereen. 

2. Flexibel

Het ontwerp moet passen bij verschillende voorkeuren en vaardigheden. 

  • Laat mensen zelf kiezen hoe ze iets gebruiken. 
  • Maak het geschikt voor links- en rechtshandigen.
  • Help mensen om precies te werken. 
  • Laat mensen hun eigen tempo bepalen. 

3. Eenvoudig en duidelijk

Iedereen moet het ontwerp makkelijk kunnen begrijpen. 

  • Maak het niet te ingewikkeld. 
  • Zorg dat het logisch is. 
  • Houd rekening met verschillende taalniveaus.
  • Zet belangrijke informatie vooraan. 
  • Geef goede uitleg en feedback. 

4. Duidelijke informatie

Informatie moet goed zichtbaar en begrijpelijk zijn voor iedereen. 

  • Gebruik beeld, tekst en tast samen. 
  • Zorg voor genoeg contrast. 
  • Maak tekst goed leesbaar. 
  • Zorg dat je dingen makkelijk kunt uitleggen. 
  • Laat het werken met hulpmiddelen zoals een schermlezer. 

5. Veilig en foutbestendig

Het ontwerp moet fouten en gevaren zoveel mogelijk voorkomen. 

  • Zet gevaarlijke onderdelen apart of scherm ze af. 
  • Geef waarschuwingen. 
  • Zorg dat het veilig blijft als er iets fout gaat. 
  • Zorg dat mensen niet per ongeluk iets verkeerd doen bij taken waarvoor ze goed moeten opletten. 

6. Weinig inspanning

Het ontwerp moet makkelijk en comfortabel zijn om te gebruiken. 

  • Laat mensen een fijne houding aannemen. 
  • Zorg dat je niet te veel kracht nodig hebt. 
  • Zorg dat mensen zo weinig mogelijk herhalende bewegingen moeten maken.
  • Voorkom dat mensen te lang moeten inspannen. 

7. Voldoende ruimte

Iedereen moet genoeg ruimte hebben om iets te gebruiken.  
Ook als mensen een beperking hebben of een hulpmiddel gebruiken. 

  • Zorg dat je alles goed kunt zien, zittend of staand. 
  • Zorg dat je overal goed bij kunt. 
  • Houd rekening met verschillende handgroottes. 
  • Geef ruimte voor hulpmiddelen of hulp van anderen. 

Waarom is universeel ontwerp belangrijk?

In het VN-verdrag Handicap staat dat alles toegankelijk moet zijn voor iedereen.
Universeel ontwerp helpt daarbij.  

Als iets makkelijk te gebruiken is, heeft iedereen daar voordeel van. En als iedereen mee kan doen, is dat eerlijk. Want toegankelijkheid is een mensenrecht. Door ontoegankelijkheid sluit je mensen buiten. In het VN-verdrag Handicap staat dat ontoegankelijkheid een vorm van discriminatie is. Door bij het ontwerpen te denken aan verschillende mensen, maak je iets wat voor iedereen werkt.  

Bronnen: