Van ‘invalide’ naar inclusief taalgebruik: tips voor taal die niemand  buitensluit

door Stan van Kesteren en Jopie Louwe Kooijmans

Wat is de juiste manier om over iemand met een beperking te schrijven? In onze taal gebruiken we nog altijd termen die onbedoeld stigmatiserend of uitsluitend kunnen zijn. Gelukkig groeit het bewustzijn daarover, en zijn er concrete handvatten om het beter te doen. In dit artikel delen we handige tips voor inclusief taalgebruik voor journalisten en communicatie-professionals.

Nog niet eens zo lang geleden werd het woord ‘mongool(tje)’ nog gebruikt voor iemand met het syndroom van Down. Zo stond in 1984 nog in het blad Huisarts & Wetenschap: ‘Iedere huisarts in Nederland heeft wel een mongooltje in zijn praktijk…’ Het woord vindt zijn oorsprong in een 19e-eeuwse racistische theorie over gelijkenissen tussen het volk van Mongolië – dat destijds als een ‘primitiever mensenras’ werd beschouwd – en mensen met Downsyndroom. In de jaren ’60 van de vorige eeuw werd hier al bezwaar tegen aangetekend, eerst door een groep genetici en daarna door de republiek Mongolië.

In Nederland bleef de term lang bestaan. Dat dit inmiddels geen gewoon taalgebruik meer is komt mede door de inzet van de Stichting Downsyndroom, die vanaf eind jaren tachtig jarenlang campagne voerde richting media en politiek. Met uiteindelijk succes: inmiddels is het woord ‘mongool’ als verwijzing naar iemand met het syndroom van Down taboe.

Niets over ons zonder ons

Mensen met een handicap en hun vertegenwoordigers krijgen, gelukkig, steeds vaker een stem in het publieke debat. Daarbij is het essentieel hoe er over hen gepraat wordt. Taal is immers iets van ons allemaal. Als het gaat om beleid maken wordt het steeds vanzelfsprekender om dit samen met ervaringsdeskundigen te doen. In het VN-verdrag Handicap (dat sinds 2016 in Nederland geldt) vormt het een belangrijk principe: ‘Niets over ons zonder ons’. En zo is het ook met taal over mensen met een beperking. Praat met de mensen om wie het gaat. Hoe willen zij zelf dat je over hun beperking communiceert?

Validisme: invalide is incorrect

Twee woorden die veel gebruikt worden als het gaat over gehandicapte mensen zijn: ‘invalide’ of ‘mindervalide’. Dit komt van het woord ‘valide’, dat letterlijk ‘waardig’ of ‘geldig’ betekent. En invalide betekent daarmee oorspronkelijk: ‘onwaardig’. Die termen hebben dus een negatieve betekenis en zijn verouderd.

Wat wel een belangrijke term is: ‘validisme’. Validisme betekent: de discriminatie, marginalisering en stigmatisering van mensen met een lichamelijke, verstandelijke en/of psychische functiebeperking. En dat zit ‘m dus ook in taal.

Beperking als identiteit

Vaak praten we over mensen met een beperking in zogenaamde person-first-taal. Iemand is in de eerste plaats mens en daarna volgt pas dat die persoon een beperking heeft. Dan spreken we dus over: ‘iemand met het syndroom van Down’, ‘iemand met autisme’ of iemand met slechthorendheid’.

Er zijn echter best veel gehandicapte mensen die juist voorstander zijn van identity-first-taal. Zij stellen dat hun beperking een belangrijk deel van hun identiteit is, en niet gescheiden kan worden van de persoon. Veel autistische mensen hebben het daarom liever over een ‘autistisch persoon’ in plaats van ‘een persoon met autisme’. Dit geldt ook sterk bij mensen die Doof zijn. Zij hebben een eigen gemeenschap, gebarentaal en cultuur. Daarom schrijven ze Doof zelfs met een hoofdletter. Maar niet iedereen die niet (goed) kan horen, identificeert zich als Doof, en sommige autistische mensen kiezen juist voor ‘persoon met autisme’.

Andere groepen hebben weer door stigma moeite om überhaupt gezien te worden als mens, bijvoorbeeld mensen met persoonlijkheidsstoornissen of verstandelijke beperkingen. Zij hebben daarom overwegend een voorkeur voor person first-taal.

Er zijn dus veel discussies over taalgebruik onder mensen met een beperking en het verschilt ook nog eens per groep. Ingewikkeld. Hoe los je dit op in de journalistieke praktijk? Vaak is het simpel: vraag aan degene die je interviewt wat diens voorkeur is. Gaat een artikel over de brede groep? Dan kun je meestal identity-first- en person-first-taal door elkaar gebruiken in een artikel. Bijvoorbeeld door ‘autistische mensen’ en ‘mensen met autisme’ af te wisselen. Zo zie je dat we in dit artikel afwisselend spreken over ‘mensen met een beperking’, ‘mensen met een handicap’, en ‘gehandicapte mensen’.

Geen doventolk, maar tolk Nederlandse Gebarentaal

Heb jij wel eens van een Fransentolk gehoord? Nee, dat is een tolk Frans. En zo is het met gebarentalen ook: de tolk vertaalt van de ene naar de andere taal. Die tolk vertaalt van gesproken Nederlands naar Nederlandse Gebarentaal, en andersom. Een tolk Nederlandse Gebarentaal dus.

Inclusief beeldgebruik van mensen met een handicap

Dan willen we hier tot slot nog een lans breken voor inclusief beeldgebruik. Want wie zie jij voor je als je denkt aan mensen met een handicap? Grote kans dat je denkt aan iemand die hulp nodig heeft. Doe het anders. Gebruik realistische, diverse beelden van mensen met een beperking in allerlei situaties. Zorg dat je mensen met verschillende achtergronden, huidskleuren, genders en seksuele oriëntaties laat zien.

Vergeet niet om een alternatieve tekst toe te voegen, waarin je een beschrijving geeft van het beeld. Deze wordt voorgelezen door de voorleessoftware van mensen die blind of slechtziend zijn.

En gebruik niet alleen foto’s met mensen in een rolstoel, maar ook foto’s van mensen met een hoortoestel, hulphond of taststok (voor slechtziende mensen). Of met een niet-zichtbare handicap. Toch een foto van iemand in een rolstoel? Kies dan voor beelden van échte mensen, niet van iemand die voor de gelegenheid in een thuiszorgrolstoel is gezet.

Meer informatie over inclusief taal- en beeldgebruik:

Inclusief communiceren over mensen met een beperking: 8 tips | Movisie
Hoe schrijf je een alternatieve tekst?
Toegankelijk en inclusief taalgebruik: waar kun je op letten? – Iederin