Niets Over Ons Zonder Ons

Het Adviespunt Ervaringsdeskundigheid helpt ervaringsdeskundigen en organisaties verder bij het inzetten van ervaringsdeskundigheid en uitvoering van het VN-verdrag Handicap.

Gehandicapten zijn niet arbeidsongeschikt, de arbeidsmarkt is ontoegankelijk

Londen, maandag  22 november 1975. Het is zonnig en het waait stevig. De temperatuur is fris, maximaal 6 graden en Island Girl van Elton John staat op nummer 1 in de Billboard top 100. Dit is de dag die de aanzet zal zijn voor het op papier zetten van de denkbeelden die uiteindelijk het sociaal model genoemd zullen worden. In een zaaltje zitten enkele mensen: een aantal gehandicapte mensen en anderen zonder beperking die de belangen behartigen van gehandicapte mensen. Het zijn vertegenwoordigers van de Union of Physically Impaired Against Segregation (vanaf nu aangeduid UPIAS) en van “The Alliance”, een paraplu-organisatie van patiëntenorganisaties. Het gesprek wordt opgenomen en later uitgewerkt in een 34 pagina’s pamflet. Het is dit pamflet, genaamd de “fundamental principles on disability”, waarin uiteindelijk voor het eerst de principes die later het sociaal model worden genoemd beschreven zullen worden.

De UPIAS is opgericht in 1972 door Paul Hunt, die op dat moment in een instelling woonde. In de instelling had hij constant heibel met de staf, omdat hij zich verzette tegen het feit dat de bewoners geen enkele autonomie hadden. Het verzet verspreidde zich via een magazine naar andere tehuizen in het Verenigd Koninkrijk en zo is hier de disability-movement ontstaan. Paul Hunt schreef al in 1966 over hoe gehandicapte mensen een onderdrukte minderheid waren. Nooit eerder werden die woorden gebruikt in de context van gehandicapten.

De Alliance is opgericht nadat de Labour – regering in 1974 haar ideeën voor het programma voor de disabled aankondigde. Een aantal mensen was zo gefrustreerd met de plannen, dat ze besloten een koepel-organisatie op te richten. Deze organisatie sprak namens haar leden, wat vooral gehandicaptenorganisaties waren. De mensen van de Alliance zelf waren, tot frustratie van de vertegenwoordigers van UPIAS, zelf niet disabled, maar profileerden zich als de “experts”.

De discussie tussen UPIAS en The Alliance speelt zich voornamelijk af op het gebied van arbeid en inkomen. En op 1 mei 2021 in Nederland, dag van de arbeid, zien we dat deze discussie niet (meer) gevoerd wordt, terwijl dat juist zo hard nodig is.

Mensen met een beperking zijn armer dan mensen zonder beperking en hebben vaker geen baan dan mensen zonder beperking. Dit geldt in iets mindere mate voor mannen met een beperking dan voor mensen die zich niet identificeren als man.

Even wat feiten en cijfers, zodat we weten waar we het over hebben. Al deze informaties komt uit de schaduwrapportage VN-verdrag.

In 2016 werkte 54,7% van de vrouwen met een beperking. Van vrouwen zonder een beperking heeft 79,8% een baan in 2016.  66% van de mannen met een beperking had in 2016 een baan tegenover 88,5% van de mannen zonder beperking. (Helaas zijn er geen cijfers van mensen die zich niet identificeren als man of als vrouw, omdat we in Nederland nog nauwelijks anders dan binair of genderloos onderzoeken.)  Het percentage werkgevers dat bereid is om werknemers met een beperking in dienst te nemen is slechts 5% en mensen met een Wajong-uitkering werken vaak voor een salaris onder het wettelijk minimumloon en hebben een aanvullende uitkering nodig die gekort wordt als er ander gezinsinkomen is, wat hen in een afhankelijke positie brengt ten opzichte van hun partner.

In Nederland vinden we het normaal en solidair dat mensen met een beperking gecompenseerd worden voor hun handicap middels een uitkering. Zo hebben wij al heel lang de Wajong en de WIA (voorheen WAO) voor mensen die niet kunnen werken omdat ze een beperking hebben. Dat mensen met een beperking vaak op of onder de armoedegrens leven is een feit en toch wordt er steeds verder bezuinigd op de uitkeringen , waardoor het voor de lange termijn weinig zekerheid biedt. Is een uitkering dan wel de (enige) juiste oplossing voor het armoedeprobleem van mensen met een beperking?

Terug naar de discussie in Londen in 1975: The Alliance legt de nadruk op een goed inkomen voor mensen met een beperking, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid moet worden vastgesteld door een keuring, op grond waarvan een fatsoenlijke uitkering kan worden toegekend. Volgens UPIAS is dit een klassieke kijk vanuit het liefdadigheidsmodel. Vanuit dit model redeneert men als volgt: mensen met een beperking zijn hulpbehoevend, zij kunnen niet werken omdat ze gehandicapt zijn.

Maar UPIAS gelooft niet in dit model en kiest dan ook voor een radicaal andere insteek: niet mensen met een beperking moeten worden beoordeeld op hoe gehandicapt ze zijn, maar werkgevers moeten door mensen met een beperking worden beoordeeld op de mate waarin ze ontoegankelijk zijn. Vervolgens moeten alle werkvloeren verplicht toegankelijk gemaakt worden, zodat mensen met een beperking aan het werk kunnen en hun eigen geld kunnen verdienen. Dit is de basis van het sociaal model: niet de beperking maakt iemand gehandicapt, maar de wisselwerking tussen de beperking van het individu en de ontoegankelijkheid van de samenleving. Het komt niet door mijn beperking of mijn rolstoel dat ik niet meer naar mijn werk kan, maar omdat er geen lift zit in het gebouw waar ik werk. Het komt niet door mijn slechtziendheid dat ik ben uitgevallen op mijn werk, maar omdat mijn werkgever werkt met een systeem wat niet samenwerkt met mijn spraaksoftware en weigert met mij op zoek te gaan naar een oplossing.

En zo zitten er vele mensen die misschien best kunnen werken en ook graag zouden willen werken in een uitkeringssituatie, omdat ze zich op een ontoegankelijke werkvloer niet kunnen handhaven. Het probleem met uitkeringen en liefdadigheid is dat de ontvanger van de uitkering wordt gezien als een last. Er is geen CAO voor mensen met een uitkering, dus hoe veilig kun je zijn van je inkomen? Ook moet je als gehandicapt persoon bewijzen aan de keuringsarts dat je heus te gehandicapt bent om te werken. Die keuringen lijken behoorlijk willekeurig en zeer afhankelijk van de arts die je treft. Zo kan de ene arts iemand 100% goedkeuren, terwijl de volgende arts dezelfde persoon 100% afkeurt. (Dit is een persoonlijke ervaring van de schrijver van dit stuk) Ook worden veel mensen niet afgekeurd, terwijl ze in de huidige maatschappij die niet inclusief is, echt niet in staat zijn om te werken. Ze belanden dan in de bijstand, waar ze eigenlijk niet thuis horen. In al deze regelingen en wetten wordt de oorzaak van het niet kunnen werken uitsluitend gelegd bij het gehandicapte individu. Soms wordt bepaald dat iemand met wat individuele aanpassingen wel werken kan, maar door onze overheid wordt de mate van ontoegankelijkheid van de samenleving en de arbeidsmarkt in wisselwerking met de beperking niet primair als oorzaak van geringe participatie van gehandicapten op de arbeidsmarkt gelabeld.

De boodschap van dit artikel, voor alle duidelijkheid, is niet dat alle gehandicapten in een toegankelijke samenleving zouden kunnen werken. De boodschap is dat armoede en het gebrek aan arbeidsparticipatie van gehandicapte mensen komt door het systematische uitsluiten van deze groep. Om dat op te lossen moeten niet alleen de uitkeringen omhoog, maar zou de maatschappij en de mensen die haar inrichten kritisch moeten kijken naar het gebrek aan inclusie van mensen met een beperking. het zou goed zijn als we voor eens en voor altijd de omkering omarmen: niet de beperking maakt ons gehandicapt, maar de mate waarin de maatschappij niet ingericht is op mensen zoals wij.

Xandra Koster
Projectleider Alliantie VN-verdrag Handicap en activist op het gebied van mensenrechten en disability

Illustratie: Dana Chan voor Disabled And Here

 989 total views,  2 views today